Pasen – Aan tafel met Jezus en de paashaas

Pasen betekend voor de meeste mensen twee dagen extra vrij, een uitbereid ontbijt en eieren verven. Officieel vieren de Christenen dat Jezus is opgestaan uit de dood, maar in plaats daarvan zie je in winkeletalages paashazen, paasmandjes, lammetjes en eitjes. Niets herdenkt ons aan deze belangrijke wederopstanding. Of toch wel?

De Christelijke betekenis van Pasen

Christenen vieren al heel lang Pasen. Het is een van de belangrijkste verhalen uit de Bijbel. In de Bijbel wordt verteld hoe Jezus, ongeveer 2000 jaar geleden, wordt gekruisigd. Deze kruisiging vond plaats op een vrijdag. Christenen geloven dat deze kruisiging was bedoelt om de mensen te redden en daarom wordt deze dag Goede Vrijdag genoemd. Jezus stierf namelijk voor onze zonden. Op de derde dag na zijn kruisiging, op zondag, gingen vrienden naar het graf van Jezus en ontdekten dat het graf leeg was. Jezus had de dood overwonnen door weer tot leven te komen. Het was Gods volmaakte plan. Met Pasen vieren de Christenen deze wederopstanding.

In de bijbel is ook te lezen dat voorgaand aan de laatste plaag die God over Egypte zou laten gaan om de farao te straffen, de Israëlieten het bloed van een geslacht lam aan de deurpost moesten strijken. De engel van de dood zou dan aan hun huizen voorbij gaan. De Joden vieren sindsdien Pesach, om te herdenken dat Jezus heet joodse volk van de slavernij had verlost. Jezus was, net als het lam, opgeofferd. Hij noemde zichzelf, het beloofde paaslam.

paashaas

Pasen in de commercie

Tegenwoordig is Pasen een lentefeest. We vieren dat de natuur weer tot leven komt. Vandaar dat we in alle winkels eieren en pasgeboren dieren zoals lammetjes en kuikentjes tegenkomen. De dagen worden langer, omdat de zon heeft gewonnen van de maan. De kleur geel is in de paastijd dan ook een populaire kleur. Maar deze uitingen tijdens de paastijd hebben waarschijnlijk een heel andere oorsprong. Er zijn meerdere theorieën. Zo zijn er mensen die zeggen dat onze paaseieren een overblijfsel zijn van de vastentijd. Onze voorouders aten vroeger rond wat nu Pasen is, veertig dagen lang geen dierlijk voedsel. Die veertig dagen bleven de kippen eieren leggen, waardoor er na de vastentijd een overvloed aan eieren was.

De oorsprong van de paashaas hebben wij hoogstwaarschijnlijk aan de mythologie te danken. Eostre was een Germaanse godin die ieder jaar de lente kwam verkondigen. Op een dag had ze zich verslapen en gaf ze de lente een versneld duwtje in de rug. Een vogeltje had hierdoor een flinke klap opgelopen en kon niet meer vliegen maar hupste verlamd verder. De godin had spijt van haar harde optreden en veranderde het hupsende vogeltje in een haasje. Dit haasje kon één keer per jaar eieren leggen, zoals zij dat als vogeltje kon. Deze dag was natuurlijk Pasen.

Toegegeven; een afbeelding van een donzig kuikentje en een paashaas met een mandje vol eieren is veel gezelliger aan de paastafel dan Jezus bloedend aan een kruis of bloed aan deuren van geslachte lammeren. Met deze kennis zal je de vrolijke paasafbeeldingen misschien iets meer waarderen.

 

paashaas