Pasen

De geschiedenis van het eten van Matzes bij Pasen

Rond Pasen verschijnen ze weer volop in de winkels. Matzes: de grote, platte, ronde crackers met een licht volkoren smaak. Hoewel ze erg lekker zijn met boter en suiker, betekent matzes eigenlijk het ‘brood der ellende’.

Slaven

Matzes worden van oudsher gegeten vanuit de Joodse traditie. Joden herdenken iedere lente het vertrek van Joodse slaven uit Egypte. Na lang geleden te hebben onder de Egyptische farao, vluchtten zij onder leiding van Mozes weg uit Egypte. Vlak voor de uittocht uit Egypte moest nog snel wat brood gebakken worden. Zonder gist, want dat was niet voor handen. Ieder jaar herdenken de Joden dit onder andere door het eten van Matzes.

In de Tora, Bijbel en andere oude geschriften staat dit verhaal uitgebreid beschreven. Geschiedkundigen weten echter niet precies wanneer de uittocht heeft plaatsgevonden en of het alleen Joodse slaven waren. Wetenschappers denken dat het tussen 1445 en 1260 voor Christus gebeurde.

Kosjer

De Matzes moeten wel kosjer oftewel ‘rein’ zijn, ze moeten aan de Joodse spijswetten voldoen. In Matzes mag geen gist zitten en ze mogen niet rijzen. Ze bestaan van oudsher uit alleen maar water en meel, dat afkomstig kan zijn van tarwe, gerst, spelt, rogge of haver. Maar met een beetje boter en suiker zijn ze verrukkelijk.

De dagen voor Pasen moet het hele huis gereinigd worden van alles wat met gist te maken heeft of gerezen is. Brood en beschuit mag dan niet in huis zijn.

Exodus

Ook Christenen eten tijdens Pasen hun buik rond aan Matzes. De uittocht onder leiding van Mozes maakt namelijk ook deel uit van de Christelijke bijbel. En misschien at Bob Marley ook wel eens een Matzes. Hij schreef namelijk het nummer ‘Exodus’, waarin hij zicht over de uittocht.